vrijdag 27 mei 2016

Hechting met autisme, niet vanzelfsprekend

Dit vind ik persoonlijk een moeilijk onderwerp om over te schrijven, omdat het een heel kwetsbaar onderwerp is. Ik weet dat hechting met mensen heel belangrijk is, maar voor mij en mijn kinderen komt dit niet als vanzelfsprekend. 

Eerst de basics.
Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen met autisme minder oxytocine aanmaken dan een doorsnee persoon. En juist oxytocine, ook wel het knuffelhormoon genoemd, is zo belangrijk bij het hechten met mensen. Hetzij met je kind, hetzij met je partner, hetzij met je vrienden. Oxytocine komt ook bijvoorbeeld vrij bij het geven van borstvoeding, Voordat ik dit allemaal wist, heb ik het toch zo goed mogelijk geprobeerd te doen om te kunnen binden met mijn kinderen. Alledrie de kids hebben borstvoeding gekregen van mij variërend tussen de duur van 7 tot 14 maanden en ik heb ze de aandacht en knuffels gegeven die ze nodig hadden. Ik was geen "laten huilen"moeder, maar sprong juist zo veel mogelijk in op hun behoeftes daar waar het mogelijk was.

Desalniettemin moet ik me er echt bewust van zijn dat ik contact maak met mijn kids. Ik knuffel ze dagelijks, zeg hen veel dat ik van ze houd en ik probeer zo liefdevol mogelijk hen op te laten groeien. Zowel voor hen als voor mij heeft dit bewust zijn voordelen. Aangezien de oudste twee zelf ook autisme hebben, komt hechting ook niet meteen als vanzelfsprekend. Het kost ons allen meer moeite. 

Dit geldt ook voor mij in de relatie met mijn vriend. Ik heb het geluk getroffen iemand te hebben die ook Asperger met ADD heeft, dus wij weten heel goed van elkaar hoe we werken en wat onze grenzen zijn. Dankzij het vele begrip en de jarenlange vriendschap die ik al had met hem, was er al een goede basis ontstaan voor onze relatie. Voordeel van onze autisme is dat we allebei loyaal zijn aan degenen waar we voor gekozen hebben. Maar dit betekent wel dat voor het goed kunnen ervaren van onze relatie dingen samen doen en fysiek contact(knuffelen) wel een belangrijke is om aan te denken. Het is ook voor ons zo dat als we niet bij elkaar zijn, dan ervaren we dat gevoel "liefde" niet meer zo. Het is dat we het weten van elkaar dat we van elkaar houden, maar echt elkaar heel erg missen is nu ook weer niet zo. We missen elkaars aanwezigheid dan. Het niet direct dingen met elkaar kunnen doen. En dan wanneer we weer bij elkaar zijn, is het een "Oh ja! Zo was het ook alweer." Het is meer de wetenschap voor ons dat het goed is tussen ons en dat is prima. Aangezien we beiden in veel dingen hetzelfde werken, maakt het begrip voor elkaar ook veel makkelijker.

Ik heb lang niet het gevoel "liefde" kunnen herkennen. Ik had soms zweempjes van een vlaag van genegenheid als ik met de kids bezig was, niet de link kunnen leggen dat dit nou liefde was. Ze waren ook maar sporadisch aanwezig. Als moeder ga je dan erg aan jezelf twijfelen of je het wel goed doet, maar ik zag hoe het met ze ging en wat ik voor hen betekende, dus dan vertel je jezelf dat het allemaal wel meevalt. Ik zou toch vast niet de enige zijn die dit zo zou ervaren... Sinds ik de relatie heb met mijn vriend en ik echte liefde heb kunnen ervaren, heb ik het ook beter kunnen herkennen bij mijn kinderen. Ik voel me er wat verdrietig om dit ik dit heb moeten missen in het huwelijk wat ik had en het dus niet eerder heb kunnen herkennen naar mijn kinderen toe.
Ik mis ook niet veel mensen. Iets missen vind ik sowieso een lastig begrip. Alleen degenen waar ik me echt goed aan heb kunnen hechten, die kan ik missen. Maar die vallen op één hand te tellen. Ik had ook vroeger niet dat ik tot tranen toe geroerd stond als er afscheid genomen werd. Begrafenissen van mensen die ik niet goed kende, deden me ook vrijwel niets. Of gewoon afscheid als je kennis had gemaakt. Zo kan ik me nog herinneren dat ik mee had gedaan met een uitwisselingsweek met school in de 4e klas. Ik kreeg iemand anders over de vloer net als vele klasgenoten. En aan het einde van de week hadden vrijwel alle meiden uit mijn klas en andere klassen goed contact weten te maken en stonden te huilen bij het afscheid. Ik persoonlijk was blij dat die vreemde weg was en ik niet meer verplicht sociaal hoefde te doen. Ik zie het eerder als een voordeel. Het idee steeds dat gevoel te moeten ervaren van afscheid bij situaties, nee, ik vind het wel prima zo.

Al gaandeweg ontdek ik wat voor ons werkt om te binden binnen het gezin. Hetzij spelletjes spelen, stoeien, knuffelen en meedoen in hun spel. Ik heb een grote fantasie, dus het kost me niet veel moeite om mee te doen met hen. 
Voor iedere ouder die zelf ook autisme heeft met kleine kinderen, kan ik het ook echt aan gaan raden om je kind te gaan dragen in een draagdoek of drager. Het liefst een draagdoek, want dan kun je door middel van de draagdoek je kind nog beter op je aan laten sluiten. Ik heb L. veel gedragen toen ze klein was en dat doe ik nog. Ze is 2½ nu en wij beiden genieten er nog heel veel van om zo dicht bij elkaar te zijn. Doordat je dus veel in direct contact bent met je kind, komt dat hormoon oxytocine veel vrij en bevordert de hechting met je kind. Ik vind het zo jammer dat ik mijn oudste twee niet heb gedragen. Als ik het toch eens eerder wist. Behalve dat een draagdoek gewoonweg erg handig is, is dit zo'n groot extra voordeel. Hoe beter gehecht des te meer ervaar je de liefde die je hebt voor je kind. En juist het herkennen en ervaren van die gevoelens zorgt voor zo'n betere basis binnen je gezin!

vrijdag 20 mei 2016

Aanpassen hier en nu

Heden ten dage ben ik me steeds meer ervan bewust hoe ik met mensen omga. Ik denk eigenlijk altijd na in het contact met mensen. Ken ik deze persoon goed? Hoe reageren doorsnee personen op bepaalde situaties? Wat is mogelijk het beste wat ik zeggen kan? Het is veelal uitproberen en aanpassen op situaties. Sommige situaties zijn nieuw, sommige zijn bekend maar dan in een ander jasje. Uiteindelijk komt het er allemaal op neer wat ik door de loop der tijd heb geleerd over mensen en hoe ze reageren. Ik bestudeer mensen en hun gedrag. Het klinkt bijna alsof ik een alien ben, maar heel soms voelt dat ook wel zo. Ik heb me aan weten te passen, maar ik ben toch altijd net wat anders. Ik kan niet goed blenden in een omgeving. Ik val altijd wel op met iets. Dat kunnen mijn lompe opmerkingen zijn, mijn harde lach, mijn eerlijkheid of weer iets anders.
Door het bestuderen, analyseer ik ook veel. Ik weet veelal inmiddels hoe de mens gemiddeld reageert. Dat is prima. Maar soms komen er situaties voor dat er iets persoonlijks gebeurd, ik iets stoms gezegd heb, of er gaat iets niet zoals ik gedacht had dat het zou gaan, en dan analyseer ik de hele situatie kapot in mijn hoofd. Om een simpel voorbeeld te geven: Ik ben heel erg tijdsgebonden. Bij afspraken ben ik liever te vroeg, dan te laat, want dan ga ik stressen.  Lichte tic denk ik die overgebleven is door het hebben van een vader die trambestuurder is. Alles op de tijd. Dus als ik een afspraak met iemand heb en diegene komt later dan die tijd, ga ik analyseren wat er kan zijn gebeurd. Waarom is diegene te laat? Kan er iets mis gegaan zijn? Als het een dierbare betreft, duiken er al snel doemscenario's met zwaailichten op en uiteindelijk valt het vrijwel natuurlijk wel mee als diegene toch op de plaats van bestemming is aangekomen. Ik analyseer dingen die me aan het hart gaan en ik me mogelijk zorgen over kan maken al snel kapot. Ik kan een probleem in mijn hoofd veel groter maken dan het is. Chill, An, chill. En dan probeer ik te relativeren. Logisch nadenken of mijn reactie echt zo nodig is of overdreven is.

Mens zijn is soms zo vermoeiend.
Sociale verplichtingen is er ook zo een waar ik moeite mee heb. Feestjes, verjaardagen en feestdagen ben ik geen fan van door de drukte, alle prikkels en al het geluid komt als één muur op me af. Een gesprek voeren met iemand en mijn aandacht erbij houden, is een complete uitdaging. De dingen die van je verwacht worden, staan me soms echt tegen, omdat ik vaak veel liever thuis ben met een goede film of game. Thuis is mijn plek, mijn haven, mijn vertrouwde omgeving. Ik kan daar mezelf gewoon zijn.
Daarentegen heb ik weer geen moeite met het aanleren van sociaal wenselijk gedrag. Zoals keurig iemand een hand geven of de drie welbekende zoenen. Gezondheid zeggen na een nies en oudere mensen met 'u' aanspreken. Opstaan in de bus voor ouderen. Manieren die tegenwoordig door veel mensen wel vergeten lijken te worden. Spijtig, ik houd wel van manieren. Ik tracht ze immers ook mijn kinderen aan te leren.

Ik blijf wel altijd moeite houden met instanties. Telefoneren is absoluut niet mijn hobby. Als er een chatfunctie is bij een instantie of bedrijf, dan schakel ik liever die in, dan überhaupt met iemand te moeten praten. Als me een 'nee' verkocht wordt, dan ervaar ik dat als een persoonlijke aanval. Ik wéét heel goed dat het niet zo bedoeld wordt, maar het is gewoon een reactie die ik dan ervaar. Zo heb ik bijvoorbeeld best veel moeite om te huilen om persoonlijke situaties, maar ik kan probleemloos huilen als ik bij een instantie zit en er duikt maar een zweempje negativiteit op bij de andere kant van de balie. Fijn, midden tussen allerlei mensen die je niet kent, gaan zitten huilen. Dat is wel echt een van de mindere kanten. Ik ga ook niet graag naar instanties toe. Zelfs als ik bij de huisarts zit, ben ik al snel nerveus en heb ik last van een adrenalinerush waar je u tegen zegt. De simpelste dingen in het dagelijks leven vind ik echt heel moeilijk.

Of ik dan geen hulp zou willen? Ha, hulp vragen. Als er iets wat me vanuit mijn gevoel tegenstaat, is het hulp vragen. Ik vind dat echt heel erg moeilijk om te doen, omdat ik me dan al meteen schuldig voel naar de ander dat ik erom vraag. Ik geloof niet heel veel in de goedheid van mensen, des te meer ben ik verrast als mensen wel meteen helpen en kijken wat mogelijk is. Daartegenover ben ik wel van mezelf een behulpzaam mens. Ik help graag daar waar het kan. Als er iemand een luisterend oor nodig heeft, dan ben ik er. Als je mij als vriendin hebt, kun je gewoon van me op aan als je me nodig hebt. Ook al ben ik niet zo goed in het onderhouden van vriendschappen, ik bedoel het wel altijd goed. Ik ben loyaal aan degenen die er ook zijn voor mij. Maar ja, hulp vragen? Dat is iets wat ik mezelf heb moeten leren wel te doen. Zo koppig van mezelf ben ik nu ook weer niet als ik beter weet. En wel weer leren 'nee' te zeggen. Ik ben iemand die graag door iedereen aardig gevonden wilt worden, en dat heeft me veelal gekwetst door niet strenger te zijn voor mezelf wanneer ik tegen situaties aan liep die ik beter had kunnen vermijden.

Al met al leer ik mezelf beter kennen, maar het blijft altijd aanpassen voor mij. Ik vind omgaan met mensen die me dierbaar zijn fijn. Er zijn niet veel mensen in mijn leven die mij geen energie kosten als ik met hen omga. Maar dat betekent niet dat ik het niet direct leuk vind om met mensen te praten. Het kost alleen gewoon veel moeite. 

vrijdag 13 mei 2016

Aanpassen - deel 2

Ik had op de gereformeerde school waar ik zat wel wat vrienden kunnen maken. Ik had twee vriendengroepen waar ik tussenin zweefde. Ik ging met beiden graag om, ik wilde er immers graag bij horen. Ik keek veel af van de meiden om me heen hoe ze met elkaar omgingen en ik was veelal de stille als ik dat deed. Ik vond het bijzonder om te zien en keek naar hen op dat het hen zo van nature af ging. Waarom kon ik dat nou niet? Waarom kostte me alles zo veel moeite om te onderhouden? Ik wist al snel dat je veel aandacht moest besteden aan de mensen die je in je leven wilde houden, niet wetende dat echte vrienden zouden blijven ongeacht wat er gebeurde. En dat kostte me heel veel moeite. Sociaal doen, goede cijfers halen, met mijn eigen emoties, die ik vaak geen plek of naam geven kon, omgaan. Het was allemaal erg veeleisend. Ik snapte niet hoe mensen dit niet veel moeite kostten. Ik werd nog steeds gepest door selecte groepjes en veel in het ootje genomen. Ik had vaak ook gewoon niet eens door dat ze me in de maling namen. Ik ben één keer wel heel boos geworden op een klasgenoot dat ik hem helemaal flipte. Het was de zoveelste keer dat ik door hem gepest werd en het was teveel. Ik heb geschreeuwd en gescholden. Sindsdien leek ik iets meer serieus genomen te worden. 


Halverwege de derde klas wisselde ik van school. Door spanningen thuis, ging ik bij mijn moeder wonen die aan de andere kant van het land woonde. Ik kwam op een "christelijke" school terecht. Er was weinig christelijks meer aan, omdat zo'n beetje alle jeugd uit de omgeving naar deze school ging. Ik kwam van een preutse school op een hele vrije school. Seks was een groots taboe op de gereformeerde school(ik wist er ook bijzonder weinig vanaf) en dat was het totaal niet op de school waar ik terecht kwam. Ik had mezelf voorgenomen dit keer niet op mijn kop te laten zitten en sneller mijn muil open te trekken als me iets niet zinde. Ik wilde erbij horen en niet weer aan de kant staan toekijken. Dit leek me beter af te gaan, ik was al snel bij een vriendenclub gaan horen waar ik het heel goed mee kon vinden. Ze leken me ook beter te accepteren door mijn eerlijkheid. Ik zei veel wat er gewoon in me opkwam en van nature kan ik ook gewoon echt niet liegen. Als ik het doe, dan zit ik met een megaschuldcomplex dat ik binnen de kortste keren toegeef dat ik gelogen heb. Ik deed niet aan leugentjes om bestwil. Dingen verzwijgen, ja, maar echt liegen, nee. Ik maakte kennis met alcohol en ik had een vriendje die zeven jaar ouder was dan mij. Ik geloofde werkelijk alles wat hij zei, want ik dacht dat hij wijzer was. Sidenote: Ik gebruik hierin mijn autisme niet als excuus, maar ik was gewoonweg erg naïef hierin. 
Ik werd veel wijzer over sociale omgang in die periode en ik heb er een aantal vriendinnen aan overgehouden waar ik heden ten dage nog steeds contact mee heb en het heel goed mee kan vinden. 

Door een hectische periode, ik was zwanger geraakt toen ik nog maar zestien was, kwam ik weer bij mijn vader te wonen. Mijn vader en stiefmoeder hadden het voor elkaar gekregen mij op een evangelische middelbare school te krijgen, ondanks dat ik zwanger was. 
Terzijde, de keuze om mijn zoon te houden was er een vanuit mijn sterkte principes, daar was geen twijfel over mogelijk. Een verantwoordelijkheid ging ik niet zomaar uit de weg. Ik beredeneerde alles. Wie volwassen dingen doet, moet ook de volwassen consequenties dragen.
Op deze school kreeg ik het heel erg naar mijn zin. Ik werd geaccepteerd voor wie ik was en eindelijk had ik geen last van pesters. Ondanks de zwangerschap, kon ik gewoon tiener zijn. Ik kon meer mijzelf zijn en hoefde me niet veel aan te passen aan anderen, Ze vonden me gewoon leuk voor wie ik was.
Na mijn diploma-uitreiking ben ik getrouwd, ik probeerde te voldoen aan de verwachtingen die gesteld werden door mijn omgeving. Ik had geen benul van de waarde die echte liefde zou hebben, dus zoals ik al veel beslissingen genomen had, maakte ik deze ook met mijn verstand.
Zeven jaar later is mijn huwelijk op de klippen gelopen, Mijn ex-man en ik waren gewoonweg echt geen goede match. Door de zwangerschap en alle sores daaromtrent hadden we elkaar niet echt goed leren kennen. Nu achteraf is het zoveel makkelijker praten wat er mis is gegaan en wat ik anders had moeten doen, maar destijds zag ik dat niet. Met het volwassen worden, zie je steeds meer dingen in en ook wat beter had gekund.
En al die tijd had niemand door bij mij dat er meer speelde. Dat ik het zo moeilijk had om met mensen om te gaan. Om met alles om mij heen te dealen. Ik heb vaak gehoord dat mensen het knap vonden wat ik allemaal zo deed als moeder zijnde, terwijl ik dat zelf helemaal niet zo ervoer. Ik heb van nature een minderwaardigheidscomplex meegekregen en twijfel bij vrijwel alles aan mezelf of ik het wel goed doe. Complimenten aannemen destijds(en nog!) vind ik gewoon heel moeilijk, omdat ik blijf zien wat er niet goed gaat en wat er beter kan. De tijd heeft me wel geleerd er beter mee om te gaan, maar ik vind het nog moeilijk. Ik heb me zo goed weten aan te passen, dat vrijwel niemand zag dat ik verzoop in alles.

Sinds het traject met de uiteindelijke diagnose ben ik al zoveel meer over mezelf te weten gekomen en ken ik mijn grenzen een stuk beter. Het heeft me zekerder van mijzelf gemaakt dat de dingen waar ik tegenaan loop, erbij horen. En dat veel me gewoon moeite zal blijven kosten. Maar dat zei dan zo. Immers zullen we toch allemaal moeten functioneren in de maatschappij. 


zaterdag 7 mei 2016

Aanpassen - deel 1

Vrouw zijn met Asperger... Sinds ik de diagnose gekregen heb, ben ik me meer gaan verdiepen en inlezen. Lang leve de wondere wereld van het internet. Op Pinterest ben ik op zoek gegaan naar plaatjes die wat te maken hadden met het Asperger syndroom. "Problems of an Aspie".
En nu pas besef ik hoeveel ik mezelf erin herken en blijf herkennen. Steeds weer vind ik nieuwe dingen waarvan ik denk "Oh! Ja, maar dat heb ik ook!".

Mijn grootste strijd in het dagelijks leven is het aanpassen naar de wereld om me heen. Ja, maar dat doet iedereen wel, zou je kunnen zeggen. Dat klopt. Maar voor neurotypische mensen komt dagelijkse omgang met mensen als van nature. De ongeschreven regels zijn hen veel sneller bekend. Ik ben er vaak genoeg gewoon blind voor.

Ik was vroeger op school al de zonderling. Ik werd veel gepest, ik was een makkelijk doelwit. Het lukte me erg moeilijk om vrienden te maken. In mijn vroege jeugd(tot acht jaar), had ik twee vrienden om mee te spelen. Jongens waren het beiden en ik kon me heel goed vermaken met hen. Ze waren duidelijk naar mijn mening en alles wat de meisjes uit mijn klas deden, interesseerde me gewoon niet zoveel. Ik was praktisch ingesteld en helemaal niet geïnteresseerd in wat meisjes deden. Ik ging wel met een paar om, omdat ik wist dat het zo hoorde, maar het liefst ging ik ravotten met de jongens.
Ik kwam in een nieuwe klas terecht in groep 6. Ik vond het vreselijk moeilijk om aansluiting te vinden bij mijn klasgenoten. Ik was veel afwezig, dromerig en speelde het liefst met de poppetjes in mijn kastje van mijn tafeltje. Ondertussen haalde ik wel de hoogste cijfers van de klas zonder enige moeite, dus ik zag er niet het nut van in om echt op te letten in de klas.

Humor werd een sterk wapen. Ik was goed in gek doen en stemmetjes op zetten en via deze wijze gingen klasgenoten me wel aardiger vinden, maar ik had nooit echt een connectie met hen. In pauzes heb ik voornamelijk rondgezworven over het plein, verzonken in mijn eigen gedachten en fantasie. Af en toe heb ik wel meegedaan met de activiteiten van de meisjes, zoals touwtje springen, maar ik vond het al snel vrij veel moeite om sociaal te doen, dat ik het tot een minimum beperkte. 
Op kamp met groep 7 maakte ik een blunder met mijn humor. Op de Bonte Avond ging ik samen met een ander meisje uit de klas moppen tappen. Alle grappen waren van tevoren voorgelegd aan de meester en goedgekeurd. Pas op de avond zelf, was me nog een grap te binnen geschoten en die vond ik zelf erg grappig. Niet doorhebbende dat het eigenlijk een best grove grap was, zeker voor een christelijke school.
Mijn grap werd uit de video geknipt.
Ik besefte later pas aan het einde van groep 8 dat ik meer waarde had in de klas dan ik zelf wist. In de Bijbel die we kregen, was er ruimte voor klasgenootjes om wat te schrijven. Er waren een paar meiden die dat gedaan hadden en de hoofdzakelijke toon was dat ik grappig was en dat ze mijn grapjes gingen missen. 

De middelbare school voelde als een nieuwe start. Er was maar één klasgenoot meegekomen naar die school en dat voelde prima. Ik mocht haar wel. Ik hoopte dat ik met mijn verworven wapen wat meer vrienden kon gaan krijgen. Wat ik wel onderschat had, was dat je met deze leeftijd veel minder makkelijk weg kwam als je niet volgens de mode er goed uit zag. Ik was het oudste meisje in het gezin waar ik vandaan kwam en mijn stiefmoeder leek ook niet zo modegevoelig te zijn, dus ik kreeg vanuit huis weinig mee. Ik kan me nog goed herinneren dat ik een paar vriendinnen had gekregen die me hierin leken op te voeden. Een keer had een vriendin mijn agenda geschreven dat ik in het weekend huidskleurpanty's moest gaan halen. Ik liep nog rond in dikke maillots en niemand in de klas had dat.
De middelbare schooltijd was erg verwarrend. Ik had ineens te maken met veranderingen bij mezelf, fysiek en emotioneel. Ik werd verliefd, heel veel verliefd, dat me nog het schaamrood op de kaken staat als ik eraan terug denk.
Ik was wel een streber met mijn schoolwerk, haalde graag goede cijfers en was bij veel docenten het lievelingetje. Ik kon weinig fout doen. Er waren wel een paar vakken waar ik moeite mee had, maar dat was omdat je daar daadwerkelijk iets voor moest doen om het te snappen. Ik leek me bijvoorbeeld niet aan wiskunde te kunnen zetten, wat dus resulteerde in te lage cijfers. Ik hoefde voor leren weinig werk te doen, dus ik liep veel vakken met twee vingers in mijn neus door. Ik was braaf, hield me altijd aan de regels.
Ik kan me één keer herinneren dat ik in de derde klas zat en de hele klas besloten had een uur te gaan spijbelen van een vak. Ik weet niet meer waarom het was, maar zoals verwacht werd van de rest, ging ik ook spijbelen. Ik heb me nog lang daarna schuldig gevoeld dat ik het gedaan heb.
Mijn humor bezorgde me wel wat vriendinnen waar ik het naar mijn zin mee heb gehad.