vrijdag 22 juli 2016

Schuldcomplex

Een bijna degelijks terugkerend euvel. Mijn schuldcomplex. Ik moet toegeven dat mijn jeugd en opvoeding deels hebben bijgedragen aan het vormen van mijn schuldcomplex, maar veel komt ook van nature. Ik heb me altijd al minderwaardig gevonden in de buurt van andere mensen. Anderen deden het altijd beter of waren slimmer of ik deed het gewoon niet goed genoeg. Ik betrok alles qua negativiteit op mijzelf. 
Als je je al anders voelt dan de mensen om je heen en je ziet je eigen tekortkomingen, slaat dat extra hard terug op jezelf. Je vraagt je af waarom je niet zo goed mee kan komen met de mensen om je heen. Waarom lukt het hen wel om zo natuurlijk sociaal te kunnen doen? Waarom lukt het hen wel goede relaties te kunnen blijven onderhouden? Voor mij kost het erg veel moeite om contact te onderhouden met mensen en als er soms iets misgaat in het contact, kickt het schuldcomplex direct in, betrek ik alles als een persoonlijke aanval en sla ik dicht. Ik beet niet altijd gauw van mij af, bang om mensen te kwetsen, maar ik heb geleerd dat niets zeggen ook niet werkt. Als ik mijn grenzen aangeef, dan doe ik dat al met een knoop in mijn maag, bang dat anderen me erop afrekenen en me als minder zien omdat ik niet meegeef. 

Van nature wil ik alles goed doen en als er dan iets misgaat, dan reken ik mezelf dat hard aan. Ik heb geleerd dat mensen het niet altijd zo bedoelen en je niet meteen af willen branden, ook al geloof ik het gevoelsmatig volslagen niet. Gevoel en verstand strookt immers ook niet altijd met elkaar. Sterker nog, heel vaak niet zelfs. Ik wéét het vaak wel dat mensen het niet zo bedoelen, maar het schuldgevoel is zo sterk aanwezig, dat het me moeite kost om het te geloven. Ik geloof het ook met moeite als iemand mij een compliment geeft, omdat van binnen dan alle negatieve gedachtes over mijzelf meteen naar boven geworpen worden. Ik ben eindelijk op het pad dat ik mezelf kan accepteren voor wie ik ben en wat er goed is aan mij, maar dat heeft veel moeite gekost en ik ben er nog lang niet. Het scheelt voor mij dat ik van nature een optimist ben en het positieve in mensen zie en ik dat ook naar mezelf kan terugkaatsen. 

Ik bedoel het altijd goed als ik iets zeg. Ik wil het altijd goed doen. Praten in persoon is niet mijn sterkste kant. Schrijven gaat me immers altijd veel beter af. Dus als ik iets zeg of niet zeg of door chaos dingen vergeet, lijkt het soms voor mensen alsof het me niks kan schelen. En als ik dan uiteindelijk erachter komt dat er mensen boos of geïrriteerd zijn, kickt het schuldgevoel in en wil ik het liefste vluchten, want immers, het lijkt er dan weer op dat ik het weer niet goed gedaan heb. Het is een eeuwig durende strijd waar ik mee te dealen heb en ik wil wel met mensen omgaan, maar het kost ook gewoon zoveel moeite om dat goed te doen, dat ik me geregeld ook graag even afzonder om op mezelf te kunnen zijn zonder sociale verplichtingen. De optelsom van factoren voor mij om om te gaan met mensen is best wel zwaar, maar voor de mensen die me dierbaar zijn, is dat het me wel waard. Schuldcomplex daarbij op de koop toe en een gezonde dosis verstand en reflectievermogen. Ik herinner mezelf geregeld aan mijn goede punten om te gaan geloven dat het ook goed is. Het is een leerproces en een strijd die door de omgeving onderschat kan worden. Mezelf positief gaan zien is al een hele overwinning op zich!

vrijdag 1 juli 2016

"Obsessies"

Obsessie is eigenlijk niet het goede woord, maar zo kan het voor de buitenwereld wel vaak overkomen. Ik heb zelf sterk de neiging mezelf helemaal te kunnen onderdompelen in één bepaald onderwerp of gebied, zelfs meerdere tegelijk waar ik dan heel enthousiast over kan zijn. Zo erg dat ik het moeilijk vind mijn mond erover te houden en vaak vergeet wat anderen er eigenlijk van vinden en of het ze überhaupt wel interesseert. Om een paar voorbeelden te noemen van obsessies van mij over de afgelopen jaren: uilen, Doctor Who, draagdoeken, genealogie, gamen, de kleur groen en vast nog wel veel meer. Niet alles is meteen slecht, maar het gevaar bestaat dat ik er te veel mee bezig kan zijn waardoor ik mijn omgeving vergeet. Sinds ik moeder ben, zit er wel een of andere timer/sensor ingebouwd die mij tijdig waarschuwt wanneer ik de kids bijvoorbeeld op moet halen of het huishouden moet doen. Mijn laatste bijgekomen obsessie is alles aangaande autisme. Natuurlijk was ik er voorheen wel mee bezig, omdat twee van de kinderen het ook hebben, maar sinds ik zelf de diagnose heb, is er een wereld voor me opengegaan en zoveel meer begrip dat het dus voor omstanders wel een beetje afschrikkend kan werken. Mijn excuses in ieder geval hiervoor, ik wil alleen maar via deze blog mensen helpen en bewust maken van de belemmeringen en voordelen die het kan hebben. Ik heb puur mijn eigen beleving natuurlijk en voor ieder persoon met autisme is het natuurlijk anders.

Mijn obsessies definiëren wel wie ik ben, wat ik leuk vind. Als je mijn huis binnenloopt zie je kamers in ieder een andere groentint, uilen verspreid en dvd'd/blurays van mijn favoriete films in de kast. De rest is vrij "leeg" ingedeeld, omdat dat voor minder prikkels bij ons thuis zorgt en dus ook meer rust. Vroeger had ik een hele kast vol met alleen maar Doctor Who merchandise en nog veel meer. Ik heb mijn best moeten doen om niet teveel te verzamelen, want anders houd je gewoonweg geen ruimte meer over. Ook als ik iets zie wat te maken heeft met een van mijn interesses, bedenk ik mezelf eerst of ik het echt nodig heb, of ik hem echt leuk vind. Ik koop bijvoorbeeld niet iedere uil die ik zie, ook al zou ik soms wel willen. Sommige uitvoeringen van uilen zijn ook wel eens spuuglelijk, laat dan maar zitten. Ik kan dan ook wel echt heel erg blij vonden als ik iets nieuws gevonden heb. Een paar jaar geleden had ik voor een habbekrats bij de Kruidvat een beeldje gevonden van een sneeuwuil. Net zoals Hedwig uit Harry Potter. Helaas hadden mijn onstuimige jongens het gepresteerd Hedwig uit de kast te laten vallen tijdens een stoeipartij waardoor haar koppie in scherven lag. Een lange poos heeft ze met een gat in haar hoofd in de kast gestaan. Ik was er best verdrietig om, mag je weten. En pas na ongeveer een jaar had ik het op me genomen om haar te gaan lijmen, wat een rotwerk was. Het resultaat was uiteindelijk best goed op één missend scherfje na, maar Hedwig was weer goed om naar te kijken. De euforie die ik daardoor beleefde is een gevoel die ik niet vaak ervaar. Ik weet niet waarom ik zoveel waarde aan dit ene beeldje gehecht heb. Misschien komt het omdat ik ook groot fan ben van Harry Potter en tsja, als je dan de uil uit Harry Potter hebt, dan heb je natuurlijk een goede combinatie te pakken. 

Ik ben ook niet van "half"geïnteresseerd. Als ik iets leuk vind, vind ik het ook écht leuk en kan al snel doorslaan in overenthousiast met een flinke tic van hyper gedrag, omdat ik het zo leuk vind. Als ik iets niet leuk vind, vind ik het ook echt niet leuk en duurt het best lang eer ik overtuigd ben dat iets leuk kan zijn. Vind ik het eenmaal wel leuk, tsja, dat riedeltje vertelde ik al. 

Mijn kinderen hebben zo ook hun eigen obsessies. G. is helemaal fan van Minecraft en het Mario universum, terwijl K. zich juist heel erg bezighoudt met dingen uit de natuur. Hoeveel stenen en stokken hier al niet het huis in zijn gesleept! Onderwerpen te over voor hen als je met ze in gesprek wilt gaan. Het openbaar vervoer is ook een onderwerp voor beiden heren wat al snel zijn roulatie in de gesprekken vond sinds we naar de stad zijn verhuisd. 

De voordelen van deze obsessies is wel dat we al snel heel veel over een bepaald onderwerp weten. Ach, volgens mij kunnen we dan meer zeggen dat we meer expertise op dat gebied hebben , dan dat we geobsedeerd zijn. Vooralsnog zijn de onderwerpen die de kinderen interesseren wel de onderwerpen waar ik ook wat vanaf weet, maar ik ben soms een beetje bang voor de dag dat ik het niet meer weet en niet mee kan gaan in hun obsessie, maar ook dat komt vast wel op zijn pootjes terecht.